Particulier advies

Vormgeven van uw financiële zaken

Wanneer er een verandering in uw persoonlijke situatie plaatsvindt, heeft u daar waarschijnlijk vragen over. Misschien komt u voor beslissingen en keuzes te staan waar u niet dagelijks over nadenkt. Wij helpen u graag bij het vormgeven van uw financiële zaken: bij de financiering van een woning of verbouwing, bij het afsluiten van verzekeringen en bij het plannen van een stabiele financiële toekomst.
Alles rondom

Wonen

Meedenken met het nemen van belangrijke beslissingen

U gaat uw eerste woning kopen, u hebt al een woning maar wilt uw hypotheek wijzigen, u beëindigt uw relatie… we kunnen ons voorstellen dat er veel vragen zijn. Wat is er mogelijk? Wat zijn de spelregels waaraan u zich moet houden? Wij denken met u mee en helpen u belangrijke beslissingen te nemen

U koopt uw eerste woning

Een eerste eigen woning kopen is erg spannend. Er zijn verschillende financiële zaken waarover u na moet denken en waarover u een besluit moet nemen. Wij denken graag met u mee zodat u de keuzes kunt maken die bij uw situatie en persoonlijkheid passen.

Als eerste maken we met u een overzicht van wat de totale investering voor de aankoop van de woning zal zijn. Daarna gaan we invullen met welke middelen of bronnen we deze investering bekostigen. Denk bijvoorbeeld aan een hypotheek, aan inbreng van eigen middelen, aan een Persoonlijke Lening, een familielening of een schenking. Natuurlijk is ook een combinatie mogelijk.

U koopt uw eerste woning

Bij het vaststellen van de maximale hypotheek houdt de geldverstrekker rekening met:

1. Uw inkomen
Uw maandelijkse hypotheeklasten moeten passen binnen uw totale inkomen minus de eventuele verplichtingen. In de ‘Tijdelijke regeling hypothecair krediet’ staat welk percentage van uw inkomen volgens de overheid besteed mag worden aan hypotheeklasten.

2. De marktwaarde van de woning
De marktwaarde van de aan te kopen woning kan op drie manieren bepaald worden:

De koopprijs van de woning
De koop-/aanneemsom eventueel verhoogd met bouwrente, rente tijdens de bouw, afkoopsom erfpacht, meerwerk en/of aansluiting op openbare nutsvoorziening
De getaxeerde waarde, eventueel na verbouw

U mag maximaal 100% van de marktwaarde mag lenen voor de aankoop van een woning. Wanneer u energiezuinige maatregelen treft mag de maximale lening 106% zijn. Vooralsnog zijn er géén plannen om dit verder af te bouwen.

Bestaande leningen en/of verplichtingen

Een geldverstrekker zal altijd bij Bureau Krediet Registratie (BKR) een toetsing uitvoeren. Hij wil namelijk weten of u al financiële verplichtingen hebt en hoe uw betalingsgedrag is. Wanneer u al een consumptief krediet hebt, zal dit gevolgen hebben voor de maximale hypotheeksom die u kunt krijgen. Er wordt namelijk 2% van het kredietlimiet in aanmerking genomen als financiële last per maand. Sommige geldverstrekkers zijn bereid om te toetsen op de lagere werkelijke lasten van uw financiële verplichting.

Heeft u een studieschuld van voor 1 juli 2015? Dan moet 0,75% van nog openstaande schuld worden meegetoetst als financiële last per maand. Studieschulden van na 1 juli 2015 mogen in een periode van 30 jaar worden afgelost. Die schulden tellen voor 0,45% mee in de berekening van het maximale hypotheekbedrag.

Heeft u een private lease contract dan wordt 65% van de totale lease-som meegenomen als financiële verplichting. Hiervan wordt 2% per maand als financiële last in aanmerking genomen.

Wanneer u partneralimentatie betaalt zal dit gevolgen hebben voor de maximale hypotheeksom die u kunt krijgen. Voor de periode dat u partneralimentatie betaalt komt dit in mindering op uw toetsinkomen.

Hypotheekrenteaftrek en hypotheekvormen

Wanneer u voor het eerst een eigen woning koopt, krijgt u te maken met de zogenaamde hypotheekrenteaftrek. U mag de jaarlijkse rente van de hypotheek van uw inkomen aftrekken en daardoor betaalt u minder belasting. De belastingregels schrijven wel voor dat u de hele hypotheek binnen 30 jaar moet aflossen. Doet u dat niet, dan verliest u dit recht op hypotheekrenteaftrek.

U kunt als starter kiezen tussen twee hypotheekvormen: een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek.

NHG

Onder voorwaarden kunt u de woning financieren met Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Stichting Waarborgfonds Eigen Woning staat dan garant. Een NHG-hypotheek biedt zowel u als de geldverstrekker extra zekerheid. Hierdoor krijgt u vaak een gunstigere rente dan bij een financiering zonder NHG.

Overlijdensrisicoverzekering

Bij het kopen van een eerste woning is het van belang dat u het risico van overlijden goed afdekt. De financiële gevolgen van uw overlijden kunnen een grote invloed hebben op uw partner en uw kinderen. U wilt natuurlijk niets liever dan dat zij goed verzorgd achterblijven.

Om het risico van overlijden af te dekken kunt u een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Sommige geldverstrekkers zullen u ook als zekerheid daartoe verplichten, doorgaans als de financiering boven de 80% van de marktwaarde uitkomt. Bij financieringen op basis van NHG is er géén overlijdensrisicoverzekering meer verplicht.

Woonlastenverzekering

Ook werkloosheid of arbeidsongeschiktheid kunnen grote gevolgen hebben voor uw inkomen. U wilt natuurlijk wel in uw huis blijven wonen. Daarom is het belangrijk om ook deze risico’s goed in kaart te brengen en – indien nodig – af te dekken met behulp van een woonlastenverzekering.

(Nieuw)Bouwdepot

Als u een verbouwing meefinanciert dan zal de geldverstrekker het bedrag dat u nodig hebt voor de verbouwing in een zogenaamd ‘bouwdepot’ plaatsen. De rekeningen die u moet betalen of die u zelf heeft voorgeschoten, kunt u declareren uit het bouwdepot. U ontvangt rente over het bedrag dat in het bouwdepot staat.

Ook bij een nieuwbouwwoning vormt de geldverstrekker een bouwdepot maar dan voor de totale investering. Uit dit bouwdepot zullen de aankoop van de grond en de bouwkosten worden betaald. Dit laatste natuurlijk in fasen naarmate de bouw vordert.

Verder zijn er mogelijkheden om eventuele dubbele lasten (renteverlies) tijdens de bouw mee te financieren.

Hogere hypothecaire inschrijving

Wanneer u een hypotheek afsluit, wordt deze ingeschreven in het zogenaamde hypotheekregister bij het Kadaster.

Als u een hogere hypotheek kunt krijgen dan u nodig hebt, kunt u ervoor kiezen om de hypotheek zogenaamd verhoogd te laten inschrijven. Het bedrag dat in het register wordt ingeschreven is dan hoger dan het bedrag dat u in werkelijkheid in de hypotheek leent. Het voordeel hiervan is dat wanneer u bijvoorbeeld na een paar jaar een verbouwing wilt financieren u de lening bij de geldverstrekker kunt verhogen tot aan de inschrijving zonder dat u opnieuw naar de notaris moet. Wel moet u bedenken dat de geldverstrekker opnieuw zal kijken naar uw financiële situatie wanneer u verzoekt om onderhands te verhogen. U kunt nooit meer lenen dan wat volgens uw inkomen en volgens de waarde van de woning mogelijk is.

U koopt een andere woning

Er zijn redenen genoeg om een ander huis te willen kopen. Maar zo’n beslissing neem je niet zomaar. Er zijn verschillende financiële zaken waarover u na moet denken en waarover u een besluit moet nemen. Als u een nieuwe woning gaat kopen, dan moet uiteindelijk uw huidige woning verkocht worden. U huidige woning eerst verkopen biedt u financiële rust, u weet immers waar u aan toe bent. Echter, wat doet u als uw droomhuis te koop staat? Wij denken graag met u mee zodat u de keuzes kunt maken die bij uw situatie en persoonlijkheid passen.

Als eerste gaan we inzichtelijk maken wat de financiële gevolgen zijn van de (uiteindelijke) verkoop van de huidige woning. Wanneer u uw woning verkoopt voor een hoger bedrag dan de hypotheekschuld dan heeft u een overwaarde. Deze overwaarde verlaagt de maximale aftrekbare hypotheek bij aankoop van een nieuwe woning, de zogenoemde bijleenregeling.

Wanneer u de woning verkoopt voor een lager bedrag dan de hypotheekschuld dan is er sprake van een onderwaarde. Heeft u hiervoor geen eigen middelen beschikbaar dan kunt u een lening afsluiten. Hierop zijn de regels voor de restschuldfinanciering van toepassing.

Vervolgens maken we met u een overzicht van wat de investering voor de aankoop van de woning zal zijn.

Als laatste maken we een totale begroting van de benodigde investering om beide financiële transacties af te wikkelen. We gaan dan invullen met welke middelen of bronnen we deze investering bekostigen. Denk bijvoorbeeld aan een hypotheek al dan niet met een restschuldfinanciering, aan inbreng van eigen middelen, aan een Persoonlijke Lening, een familielening of een schenking. Natuurlijk is ook een combinatie mogelijk.

Bij het invullen van uw hypotheek houden wij uiteraard rekening met de volgende onderwerpen:

Maximale hypotheek

Bij het vaststellen van de maximale hypotheek houdt de geldverstrekker rekening met:

1. Uw inkomen Uw maandelijkse hypotheeklasten moeten passen binnen uw totale inkomen minus de eventuele verplichtingen. In de ‘Tijdelijke regeling hypothecair krediet’ staat welk percentage van uw inkomen volgens de overheid besteed mag worden aan hypotheeklasten.

2. De marktwaarde van de woning De marktwaarde van de aan te kopen woning kan op drie manieren bepaald worden:

De koopprijs van de woning De koop-/aanneemsom eventueel verhoogd met bouwrente, rente tijdens de bouw, afkoopsom erfpacht, meerwerk en/of aansluiting op openbare nutsvoorziening De getaxeerde waarde, eventueel na verbouw U mag maximaal 100% van de marktwaarde mag lenen voor de aankoop van een woning. Wanneer u energiezuinige maatregelen treft mag de maximale lening 106% zijn. Vooralsnog zijn er géén plannen om dit verder af te bouwen.

Bestaande leningen en/of verplichtingen

Een geldverstrekker zal altijd bij Bureau Krediet Registratie (BKR) een toetsing uitvoeren. Hij wil namelijk weten of u al financiële verplichtingen hebt en hoe uw betalingsgedrag is. Wanneer u al een consumptief krediet hebt, zal dit gevolgen hebben voor de maximale hypotheeksom die u kunt krijgen. Er wordt namelijk 2% van het kredietlimiet in aanmerking genomen als financiële last per maand. Sommige geldverstrekkers zijn bereid om te toetsen op de lagere werkelijke lasten van uw financiële verplichting. Indien de lasten vast staan tijdens de looptijd van een krediet worden doorgaans de werkelijke lasten aangehouden.

Heeft u een studieschuld van voor 1 juli 2015? Dan moet 0,65% van nog openstaande schuld worden meegetoetst als financiële last per maand.

Studieschulden van na 1 juli 2015 mogen in een periode van 35 jaar worden afgelost. Die schulden tellen voor 0,35% mee in de berekening van het maximale hypotheekbedrag.

De hoogte van deze percentages is afhankelijk van de rente die wordt betaald op de studieschulden.

Heeft u een private lease contract dan wordt 100% van de totale lease-som meegenomen als financiële verplichting.

Wanneer u partneralimentatie betaalt zal dit gevolgen hebben voor de maximale hypotheeksom die u kunt krijgen. Voor de periode dat u partneralimentatie betaalt komt dit in mindering op uw toetsinkomen.

Hypotheekrenteaftrek en hypotheekvormen

Uw huidige hypotheekschuld is relevant voor de berekening van de duur van de hypotheekrenteaftrek en de toegestane hypotheekvorm.

Heeft u een hypotheek afgesloten vóór 1 januari 2001, dan is de 30-jaars termijn voor die lening met dat bedrag ingegaan op 1 januari 2001. Voor nieuwe leningen geldt dat er steeds een nieuwe 30-jaars termijn ingaat.

Met de nieuwe hypotheekregels per 1 januari 2013 komt u wellicht in aanmerking voor het overgangsrecht. Indien dit het geval is kunt u uw bestaande hypotheekvorm voortzetten. Voor een eventuele extra lening zijn de regels per 1 januari 2013 van toepassing, u kunt dan kiezen tussen twee hypotheekvormen: een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek.

NHG

Onder voorwaarden kunt u de woning financieren met Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Stichting Waarborgfonds Eigen Woning staat dan garant. Een NHG-hypotheek biedt zowel u als de geldverstrekker extra zekerheid. Hierdoor krijgt u vaak een gunstigere rente dan bij een financiering zonder NHG.

Overlijdensrisicoverzekering

Bij het kopen van een eerste woning is het van belang dat u het risico van overlijden goed afdekt. De financiële gevolgen van uw overlijden kunnen een grote invloed hebben op uw partner en uw kinderen. U wilt natuurlijk niets liever dan dat zij goed verzorgd achterblijven.

Om het risico van overlijden af te dekken kunt u een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Sommige geldverstrekkers eisen dat u minimaal het meerdere boven de 80% van de marktwaarde van de woning afdekt met een annuïtair dalende overlijdensrisicoverzekering.

Woonlastenverzekering

Ook werkloosheid of arbeidsongeschiktheid kunnen grote gevolgen hebben voor uw inkomen. U wilt natuurlijk wel in uw huis blijven wonen. Daarom is het belangrijk om ook deze risico’s goed in kaart te brengen en – indien nodig – af te dekken met behulp van een woonlastenverzekering.

(Nieuw)Bouwdepot

Als u een verbouwing meefinanciert dan zal de geldverstrekker het bedrag dat u nodig hebt voor de verbouwing in een zogenaamd ‘bouwdepot’ plaatsen. De rekeningen die u moet betalen of die u zelf heeft voorgeschoten, kunt u declareren uit het bouwdepot. U ontvangt rente over het bedrag dat in het bouwdepot staat.

Ook bij een nieuwbouwwoning vormt de geldverstrekker een bouwdepot maar dan voor de totale investering. Uit dit bouwdepot zullen de aankoop van de grond en de bouwkosten worden betaald. Dit laatste natuurlijk in fasen naarmate de bouw vordert.

Verder zijn er mogelijkheden om eventuele dubbele lasten (renteverlies) tijdens de bouw mee te financieren.

Hogere hypothecaire inschrijving

Wanneer u een hypotheek afsluit, wordt deze ingeschreven in het zogenaamde hypotheekregister bij het Kadaster.

Als u een hogere hypotheek kunt krijgen dan u nodig hebt, kunt u ervoor kiezen om de hypotheek zogenaamd verhoogd te laten inschrijven. Het bedrag dat in het register wordt ingeschreven is dan hoger dan het bedrag dat u in werkelijkheid in de hypotheek leent. Het voordeel hiervan is dat wanneer u bijvoorbeeld na een paar jaar een verbouwing wilt financieren u de lening bij de geldverstrekker kunt verhogen tot aan de inschrijving zonder dat u opnieuw naar de notaris moet. Wel moet u bedenken dat de geldverstrekker opnieuw zal kijken naar uw financiële situatie wanneer u verzoekt om onderhands te verhogen. U kunt nooit meer lenen dan wat volgens uw inkomen en volgens de waarde van de woning mogelijk is.

U wilt de hypotheek wijzigen

Verbouwing

U kunt een verbouwing van uw woning op verschillende manieren financieren. U zou uw spaargeld kunnen gebruiken of misschien krijgt u een schenking.

U kunt ook uw hypotheek verhogen. Dit kan op twee manieren. U kunt uw huidige hypotheek verhogen of u kunt een tweede hypotheek opnemen. Een andere mogelijkheid is het aangaan van een Persoonlijke Lening.

U kunt een bestaande hypotheek verhogen zonder tussenkomst van de notaris, maar dan moet u wel ten tijde van aankoop van de woning in de hypotheekakte een zogenoemde hogere inschrijving hebben laten opnemen. Dit heet ‘onderhands verhogen’.

De geldverstrekker zal zowel bij het onderhands verhogen van de hypotheek als bij het opnemen van een tweede hypotheek opnieuw kijken naar uw inkomen en naar de waarde van de woning. U mag maximaal 100% van de marktwaarde mag lenen voor de aankoop van een woning. Wanneer u energiezuinige maatregelen treft mag de maximale lening 106% zijn. Vooralsnog zijn er géén plannen om dit verder af te bouwen.

Als het doel van de verbouwing is om uw woning energiezuiniger te maken, dan kunt u misschien meer lenen. Hierover kunnen wij u verder informeren.

Het aangevraagde hypotheekbedrag komt in een bouwdepot te staan. Daaruit zal de bank de rekeningen voor de verbouwing betalen. Dit kan aan u of rechtstreeks aan het bouwbedrijf.

U heeft de keuze tussen twee hypotheekvormen: een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek. De rente van de hypotheek die u gebruikt voor financiering van de verbouwing is aftrekbaar, op voorwaarde dat u de lening in 30 jaar, ten minste annuïtair, aflost.

In sommige situaties kan het gunstiger zijn om een Persoonlijke Lening op te nemen voor de financiering van de verbouwing. De kredietverstrekkers kijken anders naar uw inkomen en vinden de waarde van de woning minder belangrijk. Daarnaast zijn er geen taxatiekosten, advieskosten en eventueel notariskosten. Ook de rente van de Persoonlijke Lening is aftrekbaar maar dan moet u de Persoonlijke Lening wel gebruiken voor financiering van de verbouwing.

Extra aflossen

Een extra aflossing doen op uw hypotheek kan interessant zijn. Belangrijk hierbij is te weten hoeveel u per jaar maximaal boetevrij mag aflossen bij uw geldverstrekker.

Geldverstrekkers werken met zogenoemde tariefklassen: de verhouding tussen waarde van het huis en de hoogte van de hypotheek. Uw hypotheek kan door een extra, kleine aflossing in een andere tariefklasse terechtkomen. Dat betekent dat het aan u berekende rentepercentage lager wordt.

Heeft u een bankspaarhypotheek? Dan is het de moeite waard om na te gaan of een extra inleg op de bankspaarrekening kan leiden tot een lagere maandlast of eventueel tot een kortere looptijd.

Een aflossing of extra inleg kan naast het effect op de hypotheek ook effect hebben op uw Box 3 vermogen en op de vermogensrendementsheffing die u moet betalen.

Overstappen naar een andere geldverstrekker

Het overstappen naar een andere geldverstrekker noemen we ook wel ‘oversluiten’. Oversluiten van de hypotheek kan betekenen dat u een lagere rente gaat betalen of dat uw hypotheek in een gunstigere tariefklasse valt.

Bij oversluiten sluit je bij een andere geldverstrekker een nieuwe hypotheek af. Daarmee lost u de huidige hypotheek af. Dit oversluiten kost wel geld: u moet de adviseur betalen, de notaris en de taxateur.

Naast bovengenoemde kosten is er nog een kostenpost waarmee u rekening moet houden: de eventuele boete die uw huidige geldverstrekker in rekening brengt. Bij het bepalen van de boeterente kijken de meeste geldverstrekkers naar het verschil tussen de hypotheekrente die op dat moment geldt en de rente die u betaalt. Dat verschil wordt vermenigvuldigd met de resterende looptijd van de rentevaste periode. De boete bedraagt dus de misgelopen rente-inkomsten. Dit bedrag kan aardig oplopen, zeker als de rentevaste periode nog lang duurt.

Ondanks de genoemde kosten kan het openbreken van uw contract financieel aantrekkelijk zijn.

Tussentijdse renteaanpassing en rentemiddeling

Een aantal geldverstrekkers biedt de mogelijkheid om de rentevaste periode tussentijds te wijzigen. Dit kunt u bijvoorbeeld overwegen wanneer de marktrente lager is dan de rente die u betaalt. Maar uw geldvertrekker zal hierdoor waarschijnlijk rente-inkomsten mislopen en dus hiervoor een boete in rekening brengen. De hoogte van de eventuele boete moet natuurlijk opwegen tegen de lagere maandlasten, anders heeft een tussentijdse wijziging van uw rentevaste periode geen zin.

Daarnaast zijn er geldverstrekkers die uw huidige rente middelen met de marktrente. De eventueel te betalen boete wordt niet direct aan u doorgerekend, maar die wordt als een opslag op de nieuwe rente berekend. Deze manier om een lagere rente te krijgen heet rentemiddeling.
Neemt u gerust contact met ons op om te informeren wat in uw situatie interessant kan zijn. Wij kunnen u ook vertellen wat de regels en mogelijkheden zijn bij uw geldverstrekker.

U gaat uit elkaar. Wat nu?

Wanneer u en uw partner besluiten om uit elkaar te gaan komt u voor veel financiële vragen en beslissingen te staan. Het hebben van een eigen woning met een hypotheek maakt het allemaal nog ingewikkelder. Kunt u of uw ex-partner in de woning blijven wonen? En hoe moet u dit dan regelen? Of is het toch verstandiger om de woning te verkopen?

Wat er met woning en hypotheek gebeurt na een scheiding hangt af van uw beider persoonlijke situatie. Op wiens naam staan woning en hypotheek? Wat zijn de fiscale gevolgen? Welke spelregels hanteert de geldverstrekker?

Hierna gaan we in op een aantal mogelijke situaties. Het is steeds van belang om onderscheid te maken tussen de juridische en de fiscale gevolgen.
U wilt blijven wonen en de woning is gezamenlijk eigendom

Juridisch

U koopt feitelijk de helft van de woning van uw ex-partner. De eerste stap is dat u overeenstemming dient te bereiken over de waarde van de woning. Als de helft van de waarde van de woning hoger is dan de helft van de waarde van de hypotheekschuld is er sprake van overwaarde en moet u deze vergoeden aan uw ex-partner. Wanneer er sprake is van onderwaarde moet uw ex-partner een vergoeding aan u betalen.

Ook de waarde van eventuele aflossingsproducten moet worden verdeeld. Denk bijvoorbeeld aan het saldo van de bankspaarrekening of van verpande beleggingen/polissen.

Fiscaal

Voor een fiscaal juiste berekening moet er naar rato van de eigendomsverhouding een splitsing worden gemaakt.

Fiscaal houdt u de bestaande rechten voor uw deel van de woning en voor uw deel van de hypotheek. Dit heet ‘overgangsrecht’. Zo is ook vaak een stuk aflossingsvrije hypotheek of bankspaarhypotheek mogelijk. Voor de hypotheek die u nodig hebt voor de aankoop van het deel van uw ex-partner gelden de nieuwe regels: u moet tenminste annuïtair aflossen.

De 30-jaarstermijn voor de hypotheekrenteaftrek voor uw bestaande hypotheek blijft van toepassing. Voor het nieuwe deel van de hypotheek zal de 30-jaarstermijn opnieuw ingaan.

Voorbeeld

De woning is € 200.000,- waard en de lopende hypotheekschuld bedraagt € 210.000,-. De hypotheek is opgedeeld in een aflossingsvrije hypotheek van € 100.000,- en een bankspaarhypotheek van € 110.000,-.

Uw deel bestaat uit:

Waarde woning € 100.000,-
Aflossingsvrije hypotheek € 50.000,-
Bankspaarhypotheek € 55.000,-
Deel aankoop van uw ex-partner:

Aankoopsom € 100.000,-

De totale investering cq. benodigde hypotheek (exclusief eventuele kosten) voor u bedraagt € 205.000,-. U kunt deze investering als volgt invullen:

€ 50.000,- aflossingsvrije hypotheek
€ 55.000,- bankspaarhypotheek
€ 100.000,- annuïtaire hypotheek

Ook moet u de fiscale mogelijkheden van lopende aflossingsproducten in de afwegingen meenemen. Vaak kunnen deze fiscaal geruisloos voortgezet worden.

Wanneer duidelijk is wat voor u de mogelijkheden zijn dan is het zaak om te kijken of u bij uw huidige geldverstrekker kunt blijven of dat overstappen naar een andere geldverstrekker aantrekkelijker is.

Wilt u bij uw huidige geldverstrekker blijven dan zal deze beoordelen of u voldoende inkomen hebt (al dan niet rekening houdend met eventuele partneralimentatie) om de lasten te dragen. Dit heet ook wel ‘ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid’. Als de oude hypotheek is verstrekt op basis van NHG gelden er soms soepelere eisen.

Wanneer de uitkomst is dat u er verstandig aan doet om over te stappen naar een andere geldverstrekker dan zal de geldverstrekker de aanvraag beoordelen conform de normale acceptatieregels. U sluit dan feitelijk uw hypotheek over.

Uw ex-partner wil blijven wonen en de woning is gezamenlijk eigendom

Juridisch

Uw ex-partner koopt uw deel van de woning. De eerste stap is dat u overeenstemming moet bereiken over de waarde van de woning. Indien de helft van de waarde van de woning hoger is dan de helft van de waarde van de hypotheekschuld is er sprake van overwaarde en krijgt u een vergoeding van uw ex-partner. Wanneer er sprake is van onderwaarde moet u aan uw ex-partner een vergoeding betalen.

En uiteraard moet uw ex-partner ervoor te zorgen dat u ontslagen wordt uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de oude hypotheek.

Ook de waarde van eventuele aflossingsproducten (het saldo van de bankspaarrekening of verpande belegginge

Fiscaal

Voor een fiscaal juiste berekening moet er naar rato van de eigendomsverhouding een splitsing worden gemaakt.

Opnieuw geldt het overgangsrecht zodat ook vaak een stuk aflossingsvrije hypotheek of bankspaarhypotheek mogelijk is. Dit kan van belang zijn als u in het kalenderjaar of het jaar daarna een nieuwe woning aankoopt.

Een eventuele vergoeding van de overwaarde verlaagt de maximale aftrekbare hypotheek bij aankoop van een eventuele nieuwe woning, de zogenoemde bijleenregeling.

Wanneer er sprake is van een onderwaarde en u heeft de eigen middelen niet beschikbaar dan kunt u een lening afsluiten. Hierop zijn de regels voor de restschuldfinanciering van toepassing.

De 30-jaarstermijn voor de hypotheekrenteaftrek voor uw bestaande hypotheek blijft van toepassing. Voor een eventueel nieuw deel zal de 30-jaarstermijn opnieuw ingaan.

Ook de fiscale mogelijkheden van lopende aflossingsproducten moeten in de afwegingen worden meegenomen. Soms kunnen deze fiscaal geruisloos voortgezet worden.

U verkoopt de woning

Juridisch

Als u de woning verkoopt, zal de overwaarde of de onderwaarde moeten worden gedeeld naar eigendomsverhouding.

Ook de waarde van eventuele aflossingsproducten (bijvoorbeeld het saldo van de bankspaarrekening of verpande beleggingen/polissen) moet worden verdeeld.

Fiscaal

Uw overwaarde verlaagt de maximale aftrekbare hypotheek bij aankoop van een eventuele nieuwe woning, de zogenoemde bijleenregeling.

Wanneer er sprake is van een onderwaarde en u heeft geen eigen middelen dan kunt u een lening afsluiten. Hierop zijn de regels voor de restschuldfinanciering van toepassing.

De 30-jaarstermijn voor de hypotheekrenteaftrek voor uw bestaande hypotheek blijft van toepassing. Voor een eventueel nieuw deel zal de 30-jaarstermijn opnieuw ingaan.

Regelmatig komt het voor dat de woning enige tijd te koop staat voordat hij daadwerkelijk wordt verkocht. De kans is groot dat u of uw ex-partner in de woning blijft voor die periode. Indien u de woning verlaat en uw ex-partner blijft wonen kan het zijn dat u nog wel uw deel van de hypotheeklast betaalt. In deze situatie is de echtscheidingsregeling van toepassing en heeft u recht heeft op hypotheekrenteaftrek gedurende twee jaar. Indien u ook het deel van de lasten van uw ex-partner betaalt, kunnen deze lasten aftrekbaar worden als partneralimentatie.

Ook de fiscale mogelijkheden van lopende aflossingsproducten moeten in de afwegingen worden meegenomen. Soms kunnen deze fiscaal geruisloos voortgezet worden.

Alles rondom

Inkomen

Een financieel stabiele toekomst

Soms doen zich situaties voor die grote gevolgen kunnen hebben voor uw financiën. Het is niet prettig om daar bij stil te staan, maar wel belangrijk. Wij vinden het belangrijk dat u en uw gezin ook bij arbeidsongeschiktheid, overlijden en werkloosheid verzekerd zijn van een financieel stabiele toekomst.

Ook nadat u ophoudt met werken is een inkomen belangrijk. Daar moet u nu al aan denken. Wij helpen u graag bij het vormgeven van uw pensioensopbouw en van uw vermogensopbouw.

U wordt arbeidsongeschikt

In de eerste twee jaren is uw werkgever verplicht om uw salaris door te betalen. De minimale verplichting is 70% van het laatstverdiende salaris (gemaximeerd op 70% van het maximale jaarloon van €66.957). In veel arbeidsvoorwaarden is afgesproken dat de werkgever vrijwillig een hoger bedrag doorbetaalt.
Bent u bijna 2 jaar ziek en kunt u door uw ziekte minder werken, dan kunt u bij het UWV een WIA-uitkering aanvragen.
De WIA bestaat uit 2 regelingen, namelijk WGA en IVA. Waar u recht op heeft, is afhankelijk van of u in de toekomst wel/niet kunt werken.
U heeft recht op een IVA uitkering als u voor meer dan 80% niet meer kunt werken en als de kans op (gedeeltelijk) herstel klein is. De hoogte van de uitkering bedraagt 75% van uw laatste salaris (gemaximeerd op 75% van €66.957).
Indien u minder dan 80% en minimaal 35% arbeidsongeschikt bent en er een kans bestaat op geheel of gedeeltelijk herstel, dan heeft u recht op een WGA uitkering. De WGA wordt eerst gebaseerd op uw laatstverdiende salaris (loongerelateerde periode). De duur van de loongerelateerde uitkering is afhankelijk van uw arbeidsverleden. Deze uitkering duurt minimaal 3 en maximaal 24 maanden. Hebt u een arbeidsverleden van 24 jaar of langer dan geldt er een overgangsregeling.
De hoogte van de loongerelateerde uitkering is de eerste 2 maanden 75% van uw salaris (gemaximeerd op 75% van €66.957). Vanaf de derde maand is uw loongerelateerde uitkering 70% van uw salaris (gemaximeerd op 75% van €66.957).
Na afloop van de loongerelateerde uitkering is de hoogte van uw uitkering afhankelijk van de mate waarin u uw verdiencapaciteit nog daadwerkelijk benut. Indien u minstens 50% van uw verdiencapaciteit nog kunt benutten, krijgt u een uitkering van 70% (loonaanvullingsuitkering). Als u minder dan 50% van uw verdiencapaciteit kunt benutten, dan krijgt u een uitkering die gebaseerd is op het minimumloon. Een voorbeeld ter indicatie: bij 50% arbeidsongeschiktheid en het niet benutten van uw restverdiencapaciteit komt uw inkomen uit op €8.808 per jaar.
Indien u voor minder dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u geen recht op een uitkering van het UWV.
In bijna alle situaties gaat uw inkomen er fors tot zeer fors op achteruit. Veel werkgevers bieden de mogelijkheid om hiervoor een aanvullende verzekering af te sluiten (WIA- aanvullingsverzekeringen). Daarbij betalen de werkgevers vaak ook nog een deel van de premie in het kader van het arbeidsvoorwaardenpakket.
Wij adviseren om altijd eerst te na te gaan of u deze mogelijkheden kunt benutten. Als u niet gebruik kunt maken van de voorzieningen via de werkgever of als deze voorzieningen niet toereikend zijn, kunt u overwegen om zelf aanvullende dekkingen af te sluiten. Hierbij kunt u denken aan een privé aanvullende WIA-verzekering of een woonlastenverzekering.
Uiteraard helpen wij u graag bij het analyseren van uw inkomenspositie bij arbeidsongeschiktheid. Ook kunnen we u helpen bij het treffen van aanvullende voorzieningen.

Overlijdensrisicoverzekering

Wanneer u komt te overlijden kan dat grote financiële gevolgen hebben voor uw nabestaanden. U wilt natuurlijk niets liever dan dat zij goed verzorgd achterblijven.
Om het risico van overlijden af te dekken kunt u een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Daarbij verzekert u een bepaald bedrag voor een bepaalde termijn. Als u binnen die termijn overlijdt, dan zal de verzekering het afgesproken bedrag uitkeren. Dat kan vervolgens worden gebruikt om de hypotheek af te lossen, maar het kan ook worden toegevoegd aan het vermogen. Uit dit vermogen kunnen uw nabestaanden dan voor korte of langere tijd de gewenst aanvulling opnemen.
Het is van belang om te bepalen welk inkomen uw partner ontvangt wanneer u komt te overlijden. Het inkomen bestaat uit eigen inkomen, eventueel aangevuld met een uitkering uit de Algemene Nabestaanden Wet, met een partnerpensioen, met inkomen uit vermogen en met uitkeringen uit overige verzekeringen.
Wanneer u weet welk inkomen uw partner ontvangt en wanneer wij inzicht hebben in wat uw partner nodig heeft, kunnen we nagaan welk bedrag verzekerd moet worden en voor welke looptijd.
Heeft u nog hele jonge kinderen? Denk dan bij het bepalen van de hoogte van het verzekerd kapitaal ook aan de eventuele extra kosten voor kinderopvang wanneer uw partner blijft werken of aan het feit dat uw partner mogelijk een tijdje minder gaat werken in verband met de zorg voor de kinderen.
Indien u alimentatie ontvangt en uw ex-partner overlijdt dan vervalt de alimentatie. Om deze inkomensachteruitgang op te vangen kunt u een overlijdensrisicoverzekering afsluiten.
Er bestaan in grote lijnen drie verschillende soorten overlijdensrisicoverzekeringen:
  1. Gelijkblijvend
    Het verzekerd bedrag staat gedurende de looptijd van de verzekering vast. Het maakt niet uit of u overlijdt aan het begin of aan het eind van de looptijd.
  2. Annuïtair dalend
    Het verzekerd bedrag wordt gedurende de looptijd lager. Aan het begin van de looptijd zal het verzekerd bedrag langzaam dalen en tegen het eind van de looptijd sneller. De daling van het verzekerd bedrag hangt af van het annuïteitspercentage.
  3. Lineair dalend
    Het verzekerd bedrag daalt gedurende de looptijd met een bepaald vast bedrag.
Vaak blijkt dat een goede oplossing voor het afdekken van het risico bij overlijden een combinatie van verschillende dekkingen en looptijden is.

U wordt werkloos

Als u werknemer bent en geheel of gedeeltelijk werkloos wordt, heeft u mogelijk recht op een WW-uitkering. Hiervoor moet u aan een aantal voorwaarden voldoen.
U heeft recht op een WW-uitkering als u:
  • Bent verzekerd voor werkloosheid. Dit is meestal het geval als u werkzaam bent als werknemer en de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt.
  • 5 uur of meer van uw arbeidsuren per week verliest en geen recht hebt op loon over die uren.
  • Direct beschikbaar bent voor betaald werk.
  • Minimaal 26 weken heeft gewerkt in de 36 weken voordat u werkloos werd (wekeneis).
  • Niet door eigen schuld werkloos bent geworden. Als u zelf ontslag neemt, heeft u alleen in uitzonderingssituaties recht op een WW-uitkering.
Op 1 juli 2015 is de WW deels gewijzigd. Per 1 januari 2016 veranderen ook de duur en de opbouw van de WW. De duur van de WW-uitkering is afhankelijk van uw arbeidsverleden. De uitkering duurt minimaal 3 en maximaal 24 maanden. Voor werknemers met een arbeidsverleden van 24 jaar of langer geldt een overgangsregeling. Op dit moment zijn werkgevers en vakbonden in gesprek om te bekijken of de maximale uitkeringsduur weer verlengd kan worden naar maximaal 38 maanden. Voor deze verlenging zal er waarschijnlijk een eigen bijdrage gevraagd worden aan werknemers.
Ongeacht uw rechten op een WW-uitkering gaat werkloosheid altijd gepaard met een forse inkomensachteruitgang. Bij kortdurende werkloosheid zijn de gevolgen mogelijk nog te overzien of zijn er mogelijkheden om uit uw vermogen de benodigde aanvullingen te doen.
Indien er geen vermogen is om de tijdelijke terugval te ondervangen, is het de overweging waard om hiervoor een woonlastenverzekering af te sluiten. Een dergelijke polis voorziet in een netto uitkering voor een maximale duur van 24 maanden.
Bij langdurige en structurele werkloosheid kan het zijn dat u uw bestedingsniveau fors moet aanpassen. Misschien moet u zelfs uw woning verkopen. In sommige situaties kunnen we wellicht een oplossing voor een eventuele restschuld vinden. Dan moet er wel sprake zijn van een financiering op basis van NHG-garantie.

U gaat met pensioen

Veel werknemers van wie de carrière ten einde loopt, kijken uit naar het moment dat ze kunnen stoppen met werken. Het vooruitzicht van meer vrije tijd en dus meer tijd voor bijvoorbeeld reizen, vrijwilligerswerk en de (klein)kinderen spreekt veel mensen aan. Maar wanneer kun je precies stoppen met werken?
Nederland heeft een uniek pensioenstelsel. Het systeem bestaat uit drie pijlers: de overheidsvoorziening AOW, de pensioenregeling via de werkgever en de individuele voorzieningen.

De eerste pijler, de AOW:

Iedereen die ingezetene is in Nederland bouwt AOW-rechten op. Bij bijvoorbeeld een verblijf in het buitenland kan deze opbouw stoppen zodat er minder AOW-jaren zijn opgebouwd.
De AOW-leeftijd gaat in stappen omhoog naar 67 jaar in 2021. In 2022, 2023 en 2024 wordt de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Vanaf 2025 en verder wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. U ontvangt uw eerste AOW-pensioen vanaf de dag waarop u uw AOW-leeftijd bereikt.
De hoogte van de AOW-uitkering is voor een alleenstaande € 18.030,84 en voor iemand met een partner € 12.301,32.

De tweede pijler, pensioen via de werkgever:

Nederlandse werkgevers zijn niet verplicht om hun werknemers een pensioenregeling aan te bieden.
Hierop bestaan echter twee belangrijke uitzonderingen. Een werkgever moet wel een pensioenregeling aanbieden als deze onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds valt of als een dergelijke voorziening in de (collectieve) arbeidsvoorwaarden van de onderneming is geregeld. In de arbeidsvoorwaarden worden tussen werkgever en werknemer ook afspraken gemaakt over de verdeling van de betaling van de premies voor de pensioenregeling.
In de basis zijn de volgende twee systemen van pensioenopbouw gangbaar:

Streefregelingen zoals middelloon of eindloon.

Deze regelingen keren een bepaald percentage van het salaris uit vanaf het moment van pensionering. De hoogte hangt af van het aantal dienstjaren en van het opbouwpercentage. Bij een middelloonregeling wordt er gestreefd naar het bereiken van 70% van het gemiddelde salaris tijdens de loopbaan, bij een eindloonregeling is dit 70% van het laatstverdiende salaris.
Uiteraard wordt er in deze regelingen ook nabestaandenpensioen en wezenpensioen verzekerd. De hoogte van de pensioenen is een afgeleide van het te bereiken ouderdomspensioen. Vaak is er aanvullend een voortgezette opbouw van pensioen bij arbeidsongeschiktheid meeverzekerd.
Een voordeel van dergelijke regelingen is dat u meer zekerheid hebt over het te bereiken pensioen. Nadelen kunnen zijn dat de kosten voor deze regelingen sterk afhankelijk zijn van de rendementen van het pensioenfonds of de verzekeraar en van de ontwikkeling van de levensverwachting. Omdat op dit moment de rentestand erg laag is en de levensverwachting sterk stijgt, worden dit soort regelingen steeds duurder voor werkgevers en werknemers. Er is dus een trend om dit soort regelingen niet meer aan te bieden of om ze te beëindigen.

Beschikbare-premieregeling.

De ‘beschikbare-premieregeling’ is een pensioenregeling, waarbij de werkgever voor u een premie beschikbaar stelt, die wordt besteed aan het opbouwen van pensioen. Daarnaast betaalt de werkgever premie voor het verzekeren van nabestaandenpensioen en wezenpensioen en voor voorgezette opbouw van het pensioen bij arbeidsongeschiktheid. In de pensioenregeling worden afspraken gemaakt over de kostenverdeling tussen werkgever en werknemer.
De premie is een percentage van de pensioengrondslag (dat deel van uw salaris waarover u pensioen opbouwt).Hoe hoger de premie is, hoe hoger het uiteindelijke pensioen kan zijn. Voor de hoogte van de premie gelden wel fiscale bovengrenzen. De Belastingdienst hanteert hiervoor zogeheten staffels, waarin de premie oploopt naarmate de leeftijd hoger is.
De premie voor het opbouwen van pensioen wordt belegd. Over het algemeen kiest de belegger hierbij voor ‘Life Cycle beleggen’. Dat is een methode waarbij het risicoprofiel van de beleggingsportefeuille voor de deelnemer op basis van zijn of haar leeftijd verandert. Naarmate de deelnemer ouder wordt (en dichter bij zijn/haar pensioenleeftijd komt), wordt het totale risico van de beleggingsportefeuille afgebouwd.
Op de datum dat u met pensioen gaat, wordt de beleggingspot gebruikt om een ouderdomspensioen aan te kopen. Bij een beschikbare-premieregeling is de hoogte van het te bereiken pensioen dus niet gegarandeerd; de uitkomst is afhankelijk van het te realiseren rendement over de beleggingen en van de tarieven (rekenrente) voor aankoop van het pensioen.

De derde pijler, individuele voorzieningen:

Hierbij moet u in eerste instantie denken aan voorzieningen in de fiscale sfeer. Indien u een pensioentekort hebt, kunt u binnen bepaalde fiscale grenzen sparen/beleggen voor een aanvullend pensioen. Dit kan door middel van een lijfrenteverzekering bij een verzekeraar of door middel van een bankspaarrekening. U kunt de premie/inleg binnen bepaalde grenzen aftrekken voor de inkomstenbelasting. U kunt het op te bouwen tegoed gebruiken voor het aankopen van een aanvullend privé pensioen. Deze uitkeringen zijn belast voor de inkomstenbelasting.
Een ander – en vaak vergeten- alternatief, is het wegvallen van financiële verplichtingen op het moment dat u stopt met werken. In dit kader kunt u bijvoorbeeld denken aan het aflossen van de hypotheek, de kosten voor de studie van de kinderen.

Wanneer stoppen met werken?

Eerder stoppen met werken voordat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, is natuurlijk mogelijk. Bijna alle pensioenregelingen bieden de mogelijkheid om het pensioen eerder in te laten gaan. Wel dient u rekening te houden met een behoorlijke korting op het te bereiken pensioen. Een goede richtlijn hiervoor is 8% minder pensioen per jaar eerder stoppen. Daarnaast bieden ook bijna alle pensioenaanbieders de mogelijkheid om het missen van de AOW-uitkering te compenseren. Maar ook deze compensatie leidt tot een lager ouderdomspensioen vanaf uw AOW-datum.
Het maken van een goede pensioenplanning is maatwerk. We helpen u graag bij het in kaart brengen van uw huidige voorzieningen en bij het treffen van mogelijke aanvullende voorzieningen.

U wilt uw financiën plannen

Het maken van keuzes voor de toekomst is moeilijk als u onvoldoende inzicht heeft in de financiële situatie van het moment en in de gewenste financiële situatie in de toekomst.
Samen met u maken wij graag een analyse van de huidige situatie en een analyse van de gewenste situatie in de toekomst. Deze toekomst kan op korte en op lange termijn zijn. Met behulp van de financiële planning kunt u bewuste keuzes maken. De analyse toont aan wat de gevolgen zijn voor uw netto besteedbaar inkomen en voor de ontwikkeling van uw vermogen. Uiteindelijk draait het om één ding: voor de toekomst over voldoende inkomen en vermogen beschikken om uw financiële wensen te vervullen en om eventuele risico’s op te vangen.
Wanneer wij een financiële planning met u maken dan bespreken wij de volgende onderwerpen met u:
  • uw (toekomstig) inkomen,
  • uw vermogen,
  • uw hypotheek,
  • de diverse risico’s: overlijden, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid,
  • uw verzekeringen.

U wilt vermogen opbouwen (sparen & beleggen)

Of u nu geld opzij zet voor de toekomst, voor uw kinderen of voor onvoorziene uitgaven, als het enigszins mogelijk is, wilt u een daar een rendement op maken.
Er zijn verschillende manieren om uw vermogen weg te zetten:
  • sparen,
  • beleggen,
  • een combinatie van beiden.
De keuze die u maakt is, hangt onder andere af van het doel dat u voor ogen hebt, de mate van risico dat u wilt lopen en – niet onbelangrijk…- van uw gevoel.

Sparen

Het is belangrijk dat u geld reserveert voor onvoorziene uitgaven. Als u niet weet wanneer u het geld nodig hebt, raden wij aan om dit te doen door middel van sparen.
Zowel voor uzelf als voor uw kinderen kunnen wij een spaarrekening openen. Wij vergelijken verschillende banken met elkaar, zodat u uw geld kunt plaatsen bij een bank die betrouwbaar is en die een aantrekkelijke rentevergoeding geeft.
U kunt kiezen tussen variabele rente en vaste rente. Wanneer u een vaste rente wenst, dan kunt u de gelden voor een langere tijd wegzetten tegen een hogere rente. Dit heet deposito sparen. Een nadeel van deposito sparen is dat het niet flexibel is, omdat u mogelijk een boete kunt krijgen wanneer u het geld wilt opnemen voordat de afgesproken looptijd voorbij is.

Beleggen

Er zijn verschillende beleggingsmogelijkheden. Daaraan zitten ook verschillende risico’s. In principe is het zo dat als er meer rendement wordt beloofd, u meer risico loopt. Een goede invulling van uw beleggingen komt voort uit een door u ingevuld beleggingsprofiel. Door middel van dit beleggingsprofiel wordt een verdeling in de portefeuille nader ingevuld.

Depositogarantiestelsel

Als een bank met een vergunning van De Nederlandsche Bank failliet gaat, garandeert De Nederlandsche Bank een bedrag per rekeninghouder. Dit heet ‘depositogarantiestelsel ‘. Particulieren en kleine ondernemingen kunnen hierop een beroep doen. Kleine ondernemingen zijn ondernemingen die een verkorte balans mogen publiceren.
Vrijwel alle betaalrekeningen, spaarrekeningen, termijndeposito’s en bancaire lijfrentespaarrekeningen vallen onder het depositogarantiestelsel. De garantie van De Nederlandsche Bank is maximaal € 100.000,-. Dit bedrag geldt per rekeninghouder per bank. Wanneer u een en/of rekening heeft, dan heeft ieder van u recht op de maximale garantie van € 100.000,-.
Wij adviseren u uw eigen (spaar)rekeningen te checken en waar nodig de gelden te spreiden over verschillende banken.

Lijfrenteverzekering / bankspaarrekening

Een bijzondere vorm van vermogensopbouw voor de oude dag zijn lijfrenteverzekeringen of bankspaarrekeningen. Het doel hiervan is het opbouwen van extra inkomen bij pensionering. Als u een pensioentekort hebt, mag u in de opbouwfase de inleg van uw belastbaar inkomen aftrekken. De keuze die u hebt om vermogen op te bouwen is via beleggen of via sparen. In de uitkeringsfase moet u dan over de uitkeringen belasting betalen.
Alles rondom

Schade
Verzekeringen

Een verzekering die uw schade dekt

Als u schade lijdt, is het prettig dat uw verzekering die schade dekt. Dat geldt voor schade aan uw woning, aan uw voertuig of schade die u lijdt tijdens het reizen of die het gevolg is van het krijgen van een ongeluk.
Ook kan het voorkomen dat u per ongeluk schade toebrengt aan anderen. U kunt zich verzekeren tegen de financiële gevolgen met behulp van een aansprakelijkheidsverzekering. Rechtshulp bij conflicten kunt u verzekeren met een rechtsbijstandverzekering.

Uw onroerende goederen/opstal goed verzekeren.

Met een opstalverzekering verzekert u de financiële gevolgen van schade aan uw woning, de bijgebouwen, erfafscheiding en zonnepanelen.
De opstalverzekering is gebaseerd op het principe van herbouwwaarde. Dat betekent dat u verloren of beschadigde zaken op het kwalitatief zelfde niveau kunt vervangen of kunt laten herstellen.
De herbouwwaarde wordt bepaald door het invullen van een herbouwwaardemeter of op basis van de postcode en het huisnummer. Hierdoor krijgt u een garantie tegen onderverzekering.
Verbeteringen die u later aanbrengt, of die niet in de koopprijs van de nieuwbouwwoning zijn inbegrepen, moet u apart bijtellen.
Wanneer u een appartement hebt, dan moet er voor het gehele gebouw/complex één opstalverzekering worden afgesloten. De Vereniging van Eigenaren (VvE) moet zo’n verzekering regelen. Het is in uw belang dat u controleert bij de VvE van uw appartementencomplex of de verzekering ook echt is afgesloten.
Ook moet u nagaan of het eigenarenbelang onder de dekking van de opstalverzekering valt. Onder eigenarenbelang verstaan we alle voor eigen rekening genomen verbeteringen aan de woning. Valt dit niet onder de gezamenlijke opstalverzekering, dan kunt u zich hiervoor apart verzekeren.
De opstalverzekering is een verplichte verzekering voor iedereen die een koopwoning met een hypotheek heeft.

Uw inboedel goed verzekeren.

Uw inboedel omvat voornamelijk de ‘roerende zaken’ in en om uw woning, zoals (tuin)meubels, televisie en kleding. Wanneer deze spullen gestolen worden of beschadigd raken door bijvoorbeeld brand dekt de inboedelverzekering de financiële schade waarmee u vervangende spullen kunt aanschaffen.
Een inboedelwaardemeter helpt u bij het vaststellen van de waarde van uw inboedel. Zo loopt u niet het risico dat u onderverzekerd bent.
Uw inboedelverzekering dekt vaak maar voor een beperkt bedrag uw bijzondere bezittingen, zoals sieraden, antiek, kunst, verzamelingen en dat soort zaken. Hebben uw bezittingen enige waarde dan kan het verstandig zijn om een aparte kostbaarhedenverzekering af te sluiten.

U wilt uw motorrijtuig verzekeren.

Als u met uw motorrijtuig de weg op wilt gaan, moet u minimaal een Wettelijke Aansprakelijkheids- verzekering (WA) afsluiten. Daartoe bent u wettelijk verplicht.

WA

Deze verzekering dekt alle schade die een tegenpartij opgelopen heeft als u aansprakelijk wordt gesteld bij een aanrijding of ongeval. Uw eigen schade is niet gedekt.

WA + beperkt casco

Bij beperkt casco is het motorvoertuig behalve voor de WA-dekking ook verzekerd tegen schade door onder andere brand, diefstal, ruitbreuk en door botsing met dieren.

WA + volledig casco (allrisk)

Bij volledig casco is de auto verzekerd tegen alle gebeurtenissen ook als de schade ontstaat door eigen schuld. Bij een totaalverlies, denkt u aan total loss of diefstal, krijgt u bij de nieuwwaarderegeling bij de meeste verzekeraars de eerste twee jaar de nieuwwaarde van de auto vergoed. Na deze twee jaar vergoeden ze de dagwaarde.
De premie voor de basisverzekering (WA) wordt bepaald aan de hand van de leeftijd van de bestuurder, het gewicht van de auto, het aantal kilometers per jaar en vaak ook de regio. De premie voor beperkt casco wordt vastgesteld aan de hand van de dagwaarde van het voertuig. En de premie voor volledig casco wordt berekend over de nieuwwaarde van het voertuig. De premie is ook afhankelijk van het aantal schadevrije jaren dat u hebt opgebouwd.
Schadevrij rijden wordt beloond. Voor elk jaar dat u als verzekerde schadevrij rijdt (of voor elk jaar dat u geen schade indient bij de verzekeraar) bouwt u één schadevrij jaar op. Hoe meer schadevrije jaren hoe hoger de no-claimkorting die u ontvangt. Heeft u wel een keer een schade die u indient dan valt u een aantal schadevrije jaren terug en ontvangt u minder korting. Het kortingspercentage bij de schadevrije jaren is per verzekeraar verschillend.
Er zijn nog een aantal andere dekkingen die u kunt meeverzekeren op de motorrijtuigenverzekering:
  • Ongevallen inzittenden. De inzittenden zijn verzekerd bij overlijden of blijvende invaliditeit. De verzekering keert dan meestal een vast bedrag uit. Het maakt niet uit of de bestuurder schuldig is bij het ongeval of niet.
  • Schade inzittenden. De inzittenden zijn verzekerd tegen schade die is opgelopen door een aanrijding. Dit kan materiële schade of letselschade zijn.
  • No-claim bescherming. U mag per jaar meestal één schade claimen zonder dat dit gevolgen heeft voor uw no-claim korting. Deze regeling verschilt per maatschappij.

U gaat op reis.

Voordat u gaat genieten van een welverdiende vakantie sluit u natuurlijk een reisverzekering af. Een basisreisverzekering biedt dekking tegen beschadiging, diefstal of verlies van bezittingen, onvoorziene kosten en geneeskundige kosten.
Extra modules kunt u afsluiten voor:
  • Annulering. U bent verzekerd voor de kosten die u maakt wanneer u niet kunt reizen vanwege ziekte, een ongeval of overlijden of wanneer u om een van deze redenen eerder naar huis moet.
  • Werelddekking.
  • Bijzondere sporten. Zoals parachutespringen, wintersport en onderwatersport.

Geen financiële zorgen na een ongeval.

Een ongevallenverzekering kent twee rubrieken; één voor overlijden en één voor blijvende invaliditeit. In geval van overlijden wordt het afgesproken bedrag uitgekeerd. Bij blijvende invaliditeit is de hoogte van de uitkering afhankelijk van de aard van het letsel. Met de uitkering die u ontvangt bij blijvende invaliditeit kunt u bijvoorbeeld de aanpassingen aan uw woning betalen.

Hoe zit het met aansprakelijkheid?

U, uw gezinsleden of huisdier kunnen per ongeluk schade aan (spullen van) andere toebrengen. Schadeclaims kunnen zeer hoog oplopen en zijn dus een ernstig financieel risico. Een aansprakelijkheidsverzekering particulieren zorgt ervoor dat u hiertegen verzekerd bent.

Goed verzekerd van juridische hulp.

U kunt in een situatie terechtkomen waarin juridische kennis nodig is. Hulp van deskundigen is dan nodig. Dit kost soms veel geld. Met een rechtsbijstandverzekering beschermt u zich tegen deze kosten. U ontvangt rechtsbijstand en juridische adviezen bij alle juridische problemen die u als particulier kunt krijgen.
Door een modulaire opbouw kunnen we de dekking precies naar uw wens samenstellen. Denk bijvoorbeeld aan rechtsbijstand bij een arbeidsconflict, bij deelname aan het verkeer of bij ruzie met uw buren.